Zal ook een kleine bijdrage leveren

.
Belangrijk om te onthouden is dat er altijd van de anatomische positie uitgegaan wordt (zie plaatje 1e post), let dus op dat de "binnenzijde van de arm" naar voren gedraaid is en dit dus de voorzijde is. Verder denk je vanuit de anatomische positie zelf, dus rechts is waar de rechterarm zit en niet rechts op het plaatje (logisch lijkt me). Dit moet je vooral in je achterhoofd houden bij het kijken naar Röntgenfoto's, CT etc. Overigens wordt een MRI of CT altijd van onder naar boven gemaakt, je kijkt als het ware van de tenen naar boven toe. Maar ontopic verder, nog wat aanvullingen:
Cranialis: schedelzijde
Caudalis: stuitzijde
wordt gebruikt om richting aan te geven ... ligt caudaal ten opzichte van ...
Dexter: rechts
Sinister: links
Superficialis: aan oppervlakkige zijde
Profundus: aan diepe zijde
Medius: midden
Intermedius: in het midden
En de bewegingen:
In het saggitale vlak:
flexie: buigen, extensie: strekken (bijv. biceps)
anteflexie: naar voren "buigen", retroflexie: naar achter "buigen" (bijv. hele arm)
In het frontale vlak:
Van het lichaam af bewegen: abductie (bijv. arm zijwaarts optrekken)
naar het lichaam toe: adductie
In het transversale vlak:
Naar binnen roteren: endorotatie
naar buiten roteren: exorotatie
Spierwerking ingedeeld naar lengteverandering:
concentrisch: lengte spier neemt af
isometrisch: lengte spier blijft gelijk
excentrisch: lengte spier neemt toe
De lichaamsregionen:
caput = hoofd
collum = hals
thorax = borst
abdomen = buik
pelvis = bekkenextremitas (extremiteiten) = ledematen
Verder nog wat tegenstellingen:
major - minor ascendens - descendens obliquus - rectus longus - brevis maximus - minimus