afkortingen in training

Page: 12 > Showing page 1 of 2
Author
sis
NO Sissy !!
2008/04/06 21:08:17 (permalink)
0

afkortingen in training

Plaats in dit topic alle afkortingen die te maken hebben met training:


BW = Body Weight
WSB = West Side Barbell
UB = Upper Body
LB = Lower Body
HST = Hypertrohpy Specific Training: www.hypertrophy-specific.com
PL = Power Lifting
 
 
 
Deze site biedt veel gevarieerde info: http://www.trygve.com/weightsglossary.html
#1

22 Replies Related Threads

    violette
    Super Heavy Weight
    RE: afkortingen in training 2008/04/06 21:35:08 (permalink)
    0
    SQ: squat

    LM: Les Mills (BTS: Body Training Systems, BP: BodyPump, BA: BodyAttack, BS: BosyStep, BC: BodyCombat, BB: BodyBalance, BJ: BodyJam, RPM: Raw Power in Motion).

    BB: Bodybuilder/ Bodybuilding

    ABS: abdominals: buikspieren 

    ML = mechanical load.. is geen normale afkorting, maar wel voor mensen die aan HST doen

    DOMS = delayed onset of muscle fatigue = vertraagde start/begin van spiervermoeidheid = het fenomeen dat je 24-48 uur na zware inspanning de meeste spierpijn hebt. Bij sommigen houdt het dagenlang aan, anderen hebben er nauwelijks of zelfs helemaal geen last van. Bijna iedereen heeft het na een lange tijd niet meer aan KT gedaan hebben

    SD = strategic deconditioning = duur woord bij HST training om de 1-2 rustweken aan te geven waarna je weer gevoelig bent voor nieuwe trainingsprikkels.. bijna iedereen bouwt ongeacht de trainingsvorm elke x weken een rustweek in. En uiteraard ook rustdagen al kan je dat moeilijk SD noemen, of wel?

     
    HIT= High intensity training
     
    HIIT = high intensity interval training

    High Intensity Training (HIT) is door Mentzer ontwikkeld

    The idea of High Intensity Training is to have short and infrequent but very intense workouts to better stimulate muscle growth. The proponents of HIT (such as Mike Mentzer, Dorian Yates and Arthur Jones) argue that traditional 'volume' workouts where many sets are performed cause the vast majority of those participating in weight training to overtrain - limiting their progress. In HIT only a few sets are performed per muscle group, but they are performed with great intensity.

    HIIT = High Intensity Interval Training . Uitleg: high-intensity interval training result in significantly greater post-exercise energy expenditure and fat utilization than low- or moderate-intensity training . Other research has found significantly elevated blood free-fatty-acid (FFA) concentrations or increased utilization of fat during recovery from resistance training (which is a form of HIIT). Finally, a number of studies have found high-intensity exercise to suppress appetite more than lower intensities and reduce saturated fat intake. Overall, the evidence suggests that HIIT is the most efficient method for achieving fat loss.
    Ergo, HIIT is de geprefereerde methode om vet te verliezen..

    EPOC = Excess Postexercise Oxygen Consumption
    After cardiovascular exercise or weight training, the body continues to need oxygen at a higher rate than before the exercise began. This sustained oxygen consumption is known as excess postexercise oxygen consumption (EPOC). In eenvoudig NLs... je zweet je gewoon 'te barsten'' na zware KT of interval training en dat is gunstig voor beter vetverlies.

     
    PL kan ook Progressive Load zijn [in HST jargon]: het in kleine stappen verzwaren van de belasting.
     
    KT = krachttraining
    FB = fullbody
    MP = military press
    BP = bench press, oftewel bankdrukken
    BOR = bent over row
    DL = deadlift 

     
    #2
    Wreckless
    Super Heavy Weight
    RE: afkortingen in training 2008/04/07 22:57:32 (permalink)
    0
    IFHC = I fucking hate cardio knipoog
     
    1RM = 1 rep max. Het maximale gewicht waarmee je 1 rep kan maken.
    5RM = 5 rep max. Het maximale gewicht waarmee je 5 reps kan maken enz . . .
     
    BOR: bent over row (oops die had Violette al)
     
    Lijstje moet eigenlijk alfabetisch worden he.
     
     
    #3
    violette
    Super Heavy Weight
    RE: afkortingen in training 2008/06/07 20:10:36 (permalink)
    0
    CZS=centraal zenuw stelsel
    #4
    sis
    NO Sissy !!
    RE: afkortingen in training 2009/03/24 20:50:55 (permalink)
    0
    Pecs = pectoralis = borstspier
    Traps = trapezius = monnikskapspier (van je achterhoofd tot je schouderkop en in een V punt tot halverwege je rug)
    Quads = quadriceps = bovenbeenspieren
    Abs = abdominals = buikspieren
    #5
    Harold
    Amor omnia vincit BFF USER MANAGER
    RE: afkortingen in training 2009/03/25 11:05:20 (permalink)
    0
    I.L.S.
     
     
    #6
    DjMark
    ** Retired Moderator **
    RE: afkortingen in training 2009/03/25 11:07:15 (permalink)
    0
    imaginary lat syndrome blij
    #7
    Harold
    Amor omnia vincit BFF USER MANAGER
    RE: afkortingen in training 2009/03/25 11:11:28 (permalink)
    0
    En daar hebben heel veel mannetjes last van, lopen met de armen zo wijd net of ze 2 regentonnen onder de armen mee dragen, ik denk dan altijd in mijn onschuld dat ze enorme lats hebben, maar als ik hun rug dan nader bekijk is het zo recht als een plank en vraag dan ook altijd of ze nou heel  erg veel last hebben van die i.ls.
    #8
    Marcus
    Natural born chiller
    RE: afkortingen in training 2009/03/25 11:45:40 (permalink)
    0
    Je kan zeggen wat je wil van ILS, maar het is wel een goeie manier om de hele dag door het laterale gedeelte van je schouders te trainen.
    Paar polsgewichtjes erbij en die schouders worden huuuuge!
    #9
    Harold
    Amor omnia vincit BFF USER MANAGER
    RE: afkortingen in training 2009/03/25 11:46:27 (permalink)
    0
    super blijsuper blij
    #10
    Wreckless
    Super Heavy Weight
    RE: afkortingen in training 2009/03/25 13:54:27 (permalink)
    0
    Je bedoelt de mediale schouderkop Marcus? maf!
    #11
    Marcus
    Natural born chiller
    RE: afkortingen in training 2009/03/25 14:22:32 (permalink)
    0
    ORIGINAL: Wreckless

    Je bedoelt de mediale schouderkop Marcus? maf!


    Nee ik bedoel wat ik zeg, want de schouderspier heeft maar 1 kop, maar is wel opgebouwd uit 3 delen (pars clavicularis, pars acromialis en par spinalis).
    Verder snap ik mediaal niet zo. Mediaal is een richtingsaanduiding die betekent: naar de lengteas van het lichaam toe. Pars acromialis, waar het hier om gaat, ligt juist de andere kant op oftewel meer lateraal.
    #12
    3XL
    Senior Moderator
    RE: afkortingen in training 2009/03/25 17:53:43 (permalink)
    0
    - Deltoid: Medial Division:
        - origin: superior surface of the acromion process;
        - insertion: deltoid tuberosity of humerus;
        - action: abduction of the humerus at the shoulder
        - nerve supply: axillary, C5, C6;
        - synergists: anterior and posterior deltoid divisions, supraspinatus;
    http://www.wheelessonline.com/ortho/deltoid_muscle

    #13
    Marcus
    Natural born chiller
    RE: afkortingen in training 2009/03/25 19:39:52 (permalink)
    0
    Action
    When all its fibers contract simultaneously, the deltoid is the prime mover of arm abduction along the frontal plane. The arm must be internally rotated. This makes the deltoid an antagonist muscle of the pectoralis major and latissimus dorsi during arm adduction.
    The anterior fibers are involved in shoulder abduction when the shoulder is externally rotated. The anterior deltoid is weak in strict transverse flexion but assists the pectoralis major during shoulder transverse flexion / shoulder flexion (elbow slightly inferior to shoulders).
    The posterior fibers are strongly involved in transverse extension particularly since the latissimus dorsi is very weak in strict transverse extension. The posterior deltoid is also the primary shoulder hyperextensor.
    The lateral fibers are involved in shoulder abduction when the shoulder is internally rotated, are involved in shoulder flexion when the shoulder is internally rotated, and are involved in shoulder transverse abduction (shoulder externally rotated) -- but are not utilized significantly during strict transverse extension (shoulder internally rotated).

    http://en.wikipedia.org/wiki/Deltoideus

    Hoe je de pars acromialis ook wenst te noemen, het is geen aparte kop en dat gedeelte aanduiden met lateraal is consistenter met de gebruikelijke betekenis van het woord dan mediaal.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Mediaal
     
     
    En om Wreckless te overtuigen:
     
    7. If you Google “medial deltoid,” you get 7,710 results.  You know what?  There is no such thing as a medial deltoid!  It’s the middle deltoid - and yes, it is a pretty big difference anatomically (the medial deltoid would technically be the anterior deltoid, if you really think about it).  You don’t get Google search results for rhombazoids or upper trapezoids - and medial deltoid isn’t much better.

     
    http://ericcressey.com/13thingsthatdrivemenuts
     
    vertaling: Eric Cressey zegt het ook super blij
    #14
    Wreckless
    Super Heavy Weight
    RE: afkortingen in training 2009/03/26 01:33:48 (permalink)
    0
    Je hoeft mij niet te overtuigen hoor. blij
    #15
    Marcus
    Natural born chiller
    RE: afkortingen in training 2009/03/26 13:04:40 (permalink)
    0
    Nope, je was al verkocht bij: Eric Cressey zegt.... super blij
    #16
    3XL
    Senior Moderator
    RE: afkortingen in training 2009/06/02 19:59:38 (permalink)
    0
    A
    Agonist  (Agonist )
    Een spier die door samentrekking een deel van het lichaam beweegt. De antagonist, de spier die de tegenovergestelde beweging kan maken, ontspant dan normaal gesproken. Als je de arm buigt in de elleboog, is de biceps (aan de voorkant van de bovenarm) de agonist en de triceps (aan de achterkant van de bovenarm) de antagonist.
    Allodynie  (Allodynia )
    Zintuiglijke waarnemingen die normaal geen pijn doen, bv. het aanraken van de huid, doen dat nu wel.
    Analgeticum  (Analgesic )
    Pijnstillend (genees)middel.
    Antagonist  (Antagonist )
    Spier met tegengestelde werking als de agonist, die ontspant als de agonist aanspant. Zie agonist.
    Anterior  (Anterior )
    Aan de voorkant. Tegenstelling van posterior.
    Atrofie  (Atrophy )
    Atrofie van spieren houdt in dat spieren kleiner en/of zwakker worden als gevolg van te weinig gebruik, ouderdom of (in het geval van RSI) door problemen met de zenuwen die de spier besturen. Tegenstelling van hypertrofie.


    B
    Biceps  (Biceps )
    De spier die aan de voorkant van je bovenarm zit, en vastzit aan de schouder (op 2 punten), en aan de bovenkant van de onderarm (vlak onder de elleboog). De belangrijkste functie van deze spier is het buigen van de elleboog. De spierballen die je ziet als je de elleboog buigt terwijl je je inspant (bv. iets optilt) zijn onderdeel van de biceps. Nederlandse naam: grote of tweehoofdige armspier.
    Bindweefsel  (Connective tissue )
    Bindweefsel bestaat in vele vormen, zoals bot, pezen en gewrichtsbanden. De grondsamenstelling is steeds hetzelfde. Bindweefsel zorgt voor steun (bv. om organen heen) en samenhang.


    C
    Cocontractie  (Cocontraction )
    Tegelijk aanspannen van agonist en antagonist, spieren met tegengestelde werking.
    Condyl  (Condyl )
    Het bolle uiteinde van een bot.
    Crepitatie of crepitus  (Crepitus )
    Knetterend geluid bij het over elkaar bewegen van ruwe oppervlakken, bv. bot over kraakbeen. Denk ook aan een pees binnen een peesschede.


    D
    Distaal  (Distal )
    Verder van het centrum (van het lichaam) of van het begin van het lichaamsdeel. Het meest distale deel van de arm is de hand. Tegenstelling van proximaal.
    Dorsaal  (Dorsal )
    Gelegen aan de kant van de rug. Dit kan betrekking hebben op de rug van het lichaam, maar ook bv. op die van de hand. Tegenstelling van ventraal.
    Dysesthesie  (Dysaesthesia )
    De vreemde gewaarwordingen die iemand met een beschadigde zenuw heeft als zijn huid wordt aangeraakt.


    E
    Epicondyl  (Epicondyl )
    Knobbel op het bolle uiteinde van een bot.
    Extensie  (Extension )
    Strekking (van een gewricht). Extensie van de elleboog is als boven- en onderarm een rechte lijn vormen. Tegengestelde van flexie.
    Exterior  (Exterior )
    Aan de buitenkant. Denk in het normale taalgebruik bv. aan de tegenstelling tussen het interieur van je woning en het exterieur.


    F
    Fascia  (Fascia )
    Een speciale vorm van bindweefsel. Fascia vormt een netwerk dat door het hele lichaam loopt en het bij elkaar houdt. Het zit o.a. om spieren en spiervezels.
    Fibrose  (Fibrosis )
    Verdikking van bindweefsel, evt. in samenhang met vorming van littekenweefsel. Kan het gevolg zijn van een ontsteking of blessure. Komt o.a. voor bij ziekteprocessen van pezen.
    Flexie  (Flexion )
    Buiging van een gewricht. Flexie van de pols is als je met naar voren uitgestrekte arm de hand naar beneden beweegt. Tegengestelde van extensie.
    Frontaal  (Frontal )
    Heeft betrekking op de voorkant van het lichaam of een orgaan. Het frontale vlak is een verticaal vlak, dat het lichaam in een voor- en een achterkant verdeelt. Zie ook sagittaal en transversaal.


    H
    Humerus  (Humerus )
    Opperarmbeen, het enige bot in je bovenarm.
    Hyperalgesie  (Hyperalgesia )
    Verhoogde gevoeligheid voor pijn.
    Hypertrofie of hypertrophia  (Hypertrophy )
    Toename van de grootte van een weefsel of orgaan, niet doordat er meer cellen komen, maar doordat de cellen groter worden. Dat gebeurt o.a. met een spier die veel werk verzet. Tegenstelling van atrofie.
    Hypesthesie  (Hypoaesthesia )
    Verminderde gevoeligheid, waarbij meestal gedoeld wordt op het tastgevoel.


    I
    Idiopatisch  (Idiopathic )
    Beschrijft een ziekte zonder (bekende) oorzaak. Een ziekte die spontaan, uit zichzelf, ontstaat.
    Inferior  (Inferior )
    Geeft aan dat iets in het lichaam lager zit dan een andere structuur of oppervlakte (denk ook aan het woord inferieur).
    Innervatie  (Innervation )
    De invloed van de zenuwen op gebieden of organen in het lichaam, bijvoorbeeld op de spierwerking. Het kan hierbij zowel gaan om het sturen van motorische signalen (om iets te bewegen) naar het gebied als om het afvoeren van sensorische signalen (om iets te voelen) uit het gebied naar de hersens.
    Insertie  (Insertion )
    Een spier zit meestal vast op 2 punten. De insertie is de aanhechtingsplaats van de spier aan het meer beweeglijke skeletdeeldeel. De biceps zit bv. vast aan het schouderblad en aan de onderarm (insertie), vlak bij de elleboog. Als de spier samentrekt gaat de onderarm omhoog, omdat de bewegingsvrijheid van het schouderblad vrij beperkt is. Zie ook origo.
    Isometrisch  (Isometric )
    Betekent letterlijk 'van gelijke maat'. Bij isometrische contractie trekken spiervezels samen, en ze verzetten werk. De lengte van de spier verandert niet, en de betrokken gewrichten bewegen niet. Dat kan bv. als je tegen een muur duwt, of als je aan iets trekt wat niet meegeeft (een te zware boodschappentas). Isometrische oefeningen worden vaak gebruikt bij revalidatie, omdat nauwkeurig een bepaalde spier(groep) belast kan worden. Zie ook isotonisch.
    Isotonisch  (Isotonic )
    Bij isotonische contractie beweegt het betrokken gewricht tijdens samentrekking van de spier (de "normale" gang van zaken). Denk bv. aan het werken met gewichten. Tijdens isotonische oefeningen worden de spieren afwisselend korter en langer. Zie ook isometrisch.


    K
    Kapsel  (Capsule )
    Weefsel of vlies dat iets anders (bv. een orgaan of een gewricht) omsluit.
    Kraakbeen  (Cartilage )
    Een stevige vorm van bindweefsel, die bestand is tegen flinke druk. Komt in volwassenen vooral voor op de oppervlaktes van botten in gewrichten, en in ruggewervels. Als het kraakbeen (in gewrichten) slijt krijg je een of andere vorm van artritis. Als een bot breekt wordt er bij de genezing nieuw botweefsel gevormd. Kraakbeen is de voorloper van het nieuwe botmateriaal.


    L
    Lateraal  (Lateral )
    Heeft betrekking op de zijkant (in tegenstelling tot mediaal).


    M
    Mediaal  (Medial )
    In het midden, naar binnen toe. De mediale kant van de arm is het deel dat het dichtst bij het lichaam ligt. Tegenstelling van lateraal.
    Metaplasie  (Metaplasia )
    Het overgaan van een weefselvorm in een andere.
    Motorische zenuw  (Motor nerve )
    Zenuw die signalen vanuit het centrale zenuwstelsel naar bv. armen en benen doorgeeft. Deze signalen zijn als het ware opdrachten om bepaalde bewegingen te maken. Zie ook sensorische zenuw.
    Musculus  (Musculus )
    Latijns voor spier. Meervoud is musculi.


    O
    Orgaan  (Organ )
    Deel van het lichaam dat uit meer dan 1 soort weefsel bestaat, en dat een structurele eenheid vormt die voor een specifieke functie verantwoordelijk is. Denk aan het oog (orgaan van het zicht), longen (ademhaling), hart en lever. Botten en bloedvaten worden waarschijnlijk niet tot de organen gerekend. Ze voldoen niet helemaal aan het eerste deel van de definitie, en hun functie is vrij algemeen.
    Origo (origine)  (Origin )
    Een spier zit meestal vast op 2 punten. De origo is het minst beweeglijke deel van de 2, en dient als een soort anker. De biceps zit bv. vast aan het schouderblad (origo) en aan de onderarm, vlak bij de elleboog. Als de spier samentrekt gaat de onderarm omhoog, omdat het schouderblad niet veel kan bewegen. Zie ook insertie.


    P
    Paresthesie  (Paraesthesia )
    Spontaan optredend gevoel van tintelingen, bv. doordat een zenuw beschadigd is.
    Pees  (Tendon )
    Het bindweefsel dat de verbinding vormt tussen een spier en een bot.
    Peesschede  (Tendon sheath )
    Een dubbelgelaagde, buisvormige structuur die om sommige pezen zit. Tussen de 2 laagjes zit een soort smeerolie (synovia), zodat er minder wrijving is als pezen langs elkaar bewegen (zoals in de pols).
    Perifeer  (Peripheral )
    Dat wat aan de buitenkant ligt. Tegenstelling van centraal. Met het perifere zenuwstelsel worden o.a. de zenuwen in armen en benen bedoeld (in feite alle zenuwen die buiten de hersenen en de ruggegraat liggen). In het normale spraakgebruik heeft men het wel over de periferie van de stad (de buitenwijken).
    Periost(eum)  (Periosteum )
    Vlies van bindweefsel dat om een bot heen zit.
    Placebo  (Placebo )
    Een stof waaraan geen medische werking wordt toegeschreven, maar die door de werking van de geest toch een medisch effect bewerkstelligt. Vb.: je geeft iemand een pil tegen hoge bloeddruk, die in werkelijkheid alleen suiker bevat. Bij een aantal personen zal die pil daadwerkelijk iets uithalen.
    Posterior  (Posterior )
    Aan de achterkant. Tegenstelling van anterior.
    Processus  (Process )
    Uitsteeksel of verhoging van een bot. De punt van de elleboog is een mooi voorbeeld, maar ook de uitsteeksels van de ruggewervels (die je met je hand kan voelen) worden processus genoemd.
    Pronatie  (Pronation )
    Het zodanig draaien van de hand dat de palm naar beneden wijst. Dit is de positie waarin je op een normaal toetsenbord typt. Tegenstelling van supinatie.
    Proximaal  (Proximal )
    Dichter bij het centrum (van het lichaam) of bij het begin van het lichaamsdeel. Het proximale deel van de arm zit het dichtst bij de schouder. Tegenstelling van distaal.


    R
    Retinaculum  (Retinaculum )
    Een bandvormige structuur van steunweefsel die ander weefsel op zijn plaats moet houden. Een dergelijke band in de pols wordt vaak doorgesneden bij operaties om Carpaal Tunnel Syndroom te verhelpen.


    S
    Sagittaal  (Sagittal )
    Betekent in het Latijns 'in de richting van een pijl', d.w.z. van achteren naar voren (of omgekeerd). Het sagittale vlak is een verticaal vlak, dat het lichaam in een linker- en een rechterhelft verdeelt. Zie ook frontaal en transversaal.
    Sensorische zenuw  (Sensor nerve )
    Zenuw die zintuiglijke signalen vanuit bv. de handen vervoert naar het centrale zenuwstelsel. Denk bv. aan het gevoel dat je in de vingers hebt, of aan pijn. Zie ook motorische zenuw.
    Spierinnervatie  (Muscle innervation )
    Zie innervatie.
    Stenose  (Stenosis )
    Abnormale vernauwing van een opening of kanaal. In het geval van RSI heeft dit betrekking op peesschedes.
    Supinatie  (Supination )
    Het zodanig draaien van de hand dat de palm naar boven wijst. Kan ook rugligging betekenen (doe de oefening in supinatie). Tegenstelling van pronatie.
    Synovia  (Synovia )
    De "smeerolie" die bv. in gewrichtsholtes of tussen de 2 laagjes van een peesschede zit. Kan ook staan voor het slijmvlies dat de smeerolie afscheidt.


    T
    Tendonitis  (Tendonitis )
    Peesontsteking (tendon=pees, -itis=ontsteking).
    Tenosynovitis  (Tenosynovitis )
    Peesschedeontsteking.
    Transversaal  (Transverse )
    Dwarsliggend of -lopend. In rechte hoeken op de lengteas van het lichaam of een orgaan. Denk bv. aan de uitstekende punten van je ruggewervels.
    Het transversale vlak is een horizontaal vlak dat je lichaam in een boven- en een onderkant verdeelt. Zie ook frontaal en sagittaal.


    V
    Ventraal  (Ventral )
    Gelegen aan de kant van de buik. Tegenstelling van dorsaal.
    Vezelkraakbeen of fibrocartilago  (Fibrocartilage )
    Een stevig soort kraakbeen, die o.a. voorkomt in de tussenwervelschijven. Kan ook gevormd worden bij ziekteprocessen van pezen.
    http://www.xs4all.nl/~dalmolen/Definitions.htm
    #17
    chris84
    Super Heavy Weight
    RE: afkortingen in training 2009/06/02 21:25:26 (permalink)
    0
    T.2.B.
    #18
    floris2
    Power Bull ~ The Manimal! ~
    RE: afkortingen in training 2009/12/23 11:48:35 (permalink)
    0
    pwl = powerlifting/powerliften
    BE = bench ofwel bankdrukken
    DL = deadliften
    SQ = squat
     
     
    #19
    Henk Bos Training
    Feather Weight
    RE: afkortingen in training 2010/02/17 12:23:29 (permalink)
    0
    Nog een paar belangrijke afkortingen en termen die veel worden gebruikt in trainingsschema's.
     
    Macro planning (meer)jarenplan
    Meso planning planning voor een trainingsperiode waarin een bepaald (trainings)doel moet worden behaald meestal 4/6 weken
    Micro planning De uitwerking van de trainingen zelf. Meestal wordt dit wekelijks uitgewerkt.
     
    Afkortingen in het programma zelf:
     
    '  = minuut
    " = seconde
    r = rust
    sr = serie rust
    rpm = ritme van de oefening (bv bij fietsen het aantal omwentelingen)
    W-up en C-down spreken voor zich denk ik.
     
     
     
    www.bostraining.nl
     
     
     
    #20
    Page: 12 > Showing page 1 of 2
    Jump to:
    © 2019 APG vNext Commercial Version 5.0